
Hou jezelf op de hoogte...
Op allergologisch gebied, in de ruime zin van het woord, constateren we tegenwoordig een heuse explosie van huidproblemen. In de zoektocht naar een oplossing voor dat groeiende fenomeen is het zeker gerechtvaardigd om aan te nemen dat er een verband bestaat tussen huidaandoeningen en het gebruik van wasproducten. Wat is er nu werkelijk aan de hand?
Al jaren worden dermatologen tijdens consultaties met die vraag geconfronteerd.
In de eerste plaats moet worden bepaald of het om een onderliggende atopie gaat. Als dat het geval is, bestaat er namelijk meer kans om contactdermatitis (irritatie of allergie) te ontwikkelen. Het is dan uiterst belangrijk zich zo snel mogelijk te beschermen.
In het geval van een atopie moet vervolgens het onderscheid worden gemaakt tussen irritaties en allergieën, waardoor we de belangrijke nuance tussen irritatieve en allergische contactdermatitis kunnen begrijpen.
Huidirritatie (dermatitis) wordt omschreven als een plaatselijke, niet-immunologische en omkeerbare ontstekingsreactie. Kenmerkend is een rode (erythema), droge en gekloofde huid die branderig of trekkend aanvoelt. Er zijn echter geen blaasjes en ook jeuk komt zelden voor. De wonden zijn duidelijk afgebakend en beperkt tot de plekken die in contact komen met kledingstukken.
In het geval van een allergie is de jeuk meestal heftig. De huid is rood en oedemateus en er kunnen blaasjes optreden. Bij een voortdurend contact kunnen de eczeemplekken zich uitbreiden tot buiten de kledingzones.
Allergieën komen veel minder vaak voor dan huidirritaties. Irritatieve contactdermatitis komt bijvoorbeeld dikwijls voor bij atopische patiënten, wat overigens verband kan houden met kledingstukken. Het meest typische voorbeeld is dat van een trui van zuivere wol op een atopische huid, die dat absoluut niet kan verdragen. Een wolallergie bestaat echter helemaal niet. Het zijn gewoon de kleine, scherpe en irriterende vezels van de wol die contactdermatitis veroorzaken. Het gaat in dat geval wel degelijk om een zuivere irritatie van mechanische aard en niet om een echte allergie.
Bij contact met een slecht uitgespoeld kledingstuk is ook de irritatie als gevolg van het achtergebleven wasmiddel van mechanische aard. Bepaalde wasmiddelresten in het textiel kunnen het huidoppervlak beschadigen door hun reinigende werking. De irriterende uitwerking van die moleculen houdt rechtstreeks verband met hun chemische eigenschappen en concentratie.
Om te voorkomen dat dergelijke irritaties optreden, is het dan ook belangrijk dat het wasmiddel tijdens de wasbeurt goed uit het wasgoed wordt gespoeld.
In tegenstelling tot wasmiddelen, zijn wasverzachters juist ontwikkeld om in kledingstukken te blijven zitten. Het is de bedoeling dat ze aanwezig blijven en de scherpe en agressieve textielvezels letterlijk omhullen zodat ze zachter en aangenamer aanvoelen. Wasverzachters passen dus in een preventief kader tegen irritatieve dermatitis door kledingstukken. Die vaststelling heeft trouwens eindelijk ook de overtuiging van dermatologen omgegooid, vooral omdat, in het bijzonder bij atopische patiënten, de concentraties en de omstandigheden (in een wasmachine) waarin deze producten worden gebruikt in hun voordeel spreken. Met andere woorden: omwille van hun verlichtende werking, wordt het gebruik van wasverzachters absoluut aangeraden voor atopische patiënten en voor alle patiënten met een huidaandoening.
Een wasmiddel bestaat uit reinigende stoffen, bleekmiddelen en geurstoffen. De reinigende werking van de resten van die bestanddelen kan het huidoppervlak beschadigen. In 60 tot 80 % van de gevallen zijn huidreacties het gevolg van een huidirritatie door reinigende stoffen. Allergieën voor dat soort stoffen zijn zeldzaam. De verdraagzaamheid voor wasproducten is afhankelijk van heel wat factoren, zoals de samenstelling van het wasmiddel, de kwaliteit van het spoelproces in de wasmachine en vooral de individuele reactiviteit van elke huid. Bij het minste vermoeden is het dan ook raadzaam om van wasmiddel te veranderen. Als de pathologie verdwijnt, is het verstandig om het traject nog eens in de omgekeerde richting te herhalen door het oude product opnieuw te gebruiken en te controleren of de pathologie terugkeert. Vergeet immers nooit dat atopische dermatitis op zich, net als heel wat huidinfecties, veranderlijk is: zelfs als de pathologie verdwijnt, betekent dat nog niet dat die verdwijning het gevolg is van de doorgevoerde verandering. Om de toepasselijkheid te verduidelijken of zelfs te bevestigen, is het dan ook raadzaam om een ‘heen-en-weer’-test uit te voeren of — nog beter — specifiekere testen te voorzien die de contactreactie met het wasproduct (verdund tot 1/1000 of zelfs 1/10.000) kunnen meten. Dat gebeurt door een dermatoloog via epicutane testen.
Met dank aan Dr. Dominique Tennstedt van de Afdeling Dermatologie van het Universitair Ziekenhuis Sint-Lucas te Brussel.